
Het is niet eenvoudig om de exacte oorsprong van de Turbiana vast te stellen, maar waarschijnlijk zijn de Venetianen verantwoordelijk voor de wijdverspreide teelt ervan op het Italiaanse schiereiland. Het gebied rond Lugana was vroeger een moerasgebied dat bekend stond als Selva Lucana, voordat het in de 15e eeuw werd drooggelegd; in de daaropvolgende eeuwen heeft de wijnbouw in Lugana voet aan de grond gekregen. Het epicentrum van de Turbiana ligt vandaag nog steeds binnen de appellatie Lugana DOC aan het Garda-meer.
Ze is ook gekend als Trebbiano di Lugana. Dezelfde druif wordt in de aanpalende regio Veneto Trebbiano di Soave genoemd. Ze heeft echter dezelfde genetische kenmerken als de Verdicchio uit Le Marche, maar door verschillende klimatologische eigenschappen en terroir zijn er duidelijke onderlinge verschillen. Turbiana is dus eerder een kloon van de Verdicchio en heeft geen band met de Trebbiano. Sterker nog, toen men nog dacht dat het hier ging om een Trebbiano-kloon, wilde men iets doen aan de slechte reputatie die het als generieke soort had. Vandaar dat men hem Turbiana ging gebruiken als naam. In oude documenten werd ze eerder “Trebulano” genoemd.
Turbiana kenmerkt zich doorgaans door herkenbare aroma’s zoals citrus, groen appel, witte bloemen, perzik, frisse kruiden en amandel op de achtergrond aangevuld met subtiele ziltigheid.